de Looier - Hotel, Veilingmarkt en Bridgeclub


Eind mei vliegen de glimwormpjes uit!

De zwoelte van de nacht wekte me. Het was nog donker toen ik opstond. Het stukje tuin achter het huis was in duisternis gehuld. De grote bladeren van wilde planten schermden de straatverlichting af. De tuin bestaat uit terrassen, gescheiden door een muur van 'sassi'. In die muur heb ik een bergmadeliefje geplant. Het heeft mijn hulp nodig. Met de plantenspuit maak ik de muur en het holletje waarin het madeliefje huist nat. Als de nevel van de spuit op de muur komt, licht er iets op, een klein lichtgroen vlekje, een glimwormpje. Vuurvliegjes had ik niet in deze tuin verwacht. Ik heb er mooie herinneringen aan. De eerste keer dat mijn echtgenoot en ik naar Toscane gingen, huurden we een appartement op een boerderij. 's Avonds namen we een drankje op het terras en dan vlogen er wel vijf al knipperend rond. Vier jaar later waren ze, met de hond en de zwaluwen, die in zijn hok huisden, verdwenen. Hier heb ik ze teruggevonden. Waarom ze op die boerderij verdwenen zijn, houdt me bezig. Speciaal nu ik zelf bij de exploitatie van Hotel San Carlo en een vakantiehuis in Antona betrokken ben. Teleurstellingen wil ik mensen die hier terugkomen besparen. Daarom wil ik weten waarvan en hoe die beestjes leven. Kan ik ze helpen?

Foto rechts: 'n Glimwormpje gefotografeerd op het terras van
Albergo Ristorante San Carlo, tijdens een zomeravond in mei.


Op het Italiaanse internet vond ik onder 'Lucelle' enkele titels van schrijvers over dit onderwerp. De boekhandel van Massa kon me die geschriften echter niet leveren. Met 'vuurvliegjes kweken' (glimwormpjes zijn de rupsjes waar de vuurvliegjes uit voortkomen) scoorde ik een berichtje dat me een beetje op weg hielp. Vuurvliegjes gebruiken lege slakkenhuizen als behuizing. Zij zijn de vijanden van slakken. In de tuin wordt niet gespoten en hebben wijngaardslakken vrij spel. Vergif is niet mijn stijl. Zouden die vuurvliegjes zich daarom hier nog thuis voelen?

We zijn enkele jaren verder en ik sta nog steeds vroeg op. Tiziano, mijn zwager, is hierheen gekomen om te bekijken of hij de kok van het hotel wil worden. Wij gebruiken 'n kamers van het hotel, want er moet altijd iemand aanwezig zijn. Als ik wakker wordt zie ik In de duisternis van de kamer een flets groen lichtje, af en toe oplichten. Een vuurvliegje, hier in onze slaapkamer? Het moet door het openstaande raam van de badkamer binnengekomen zijn. Ik ga het redden, want hier in de kamer gaat hij zeker dood. Voorzichtig kom ik uit bed, loop op hem toe en probeer hem op mijn hand te krijgen. Hij laat zich niet pakken. Hij zit op de zak van Tiziano's broek die op het schrijftafeltje ligt. Het licht wil ik niet aandoen, want dan zie ik hem misschien niet meer. Maar telkens als ik met mijn hand in de buurt kom lijkt hij in de stof van de zak weg te kruipen. Toch het licht heel even aangedaan: geen vliegje te bekennen. Licht uit en hij knippert even enthousiast als even tevoren. Weer proberen hem te vangen zonder resultaat. Uiteindelijk doe ik de lamp toch maar weer aan en zie nu het lampje van de zaktelefoon van Tiziano, door de stof van de broek heen, groen oplichten.


 terug